|
» Race motoren
Racemotoren zijn ontworpen voor het circuit.
Elke
vorm van comfort is hun volkomen vreemd en alles draait om een zo laag
mogelijk gewicht, zo goed mogelijk sturen, zo goed mogelijke
wegligging, zo hoog mogelijke topsnelheid en die dan ook zo snel
mogelijk kunnen bereiken, maar zeker ook een zeer korte remweg. Verder
is de luchtweerstand een belangrijke factor. Dit is te zien aan hun
uiterlijk met de opvallende volle kuip die rondom de gehele motor zit.
Deze kuipen worden in windtunnels getest. De motoren zijn vaak zover
opgevoerd dat ze na een seizoen racen volkomen versleten zijn. Het
model van deze machine vindt men op straat weer terug in de Sport en
SuperSport klasse en deze blijken zeer gewild te zijn.
Er zijn tijdens een Grand-prix weekend 3 verschillende klassen die
voor het wereldkampioenschap tellen: de 125cc, de 250cc en de Motogp.
Deze klassen zijn ingedeeld naar de cilinderinhooud van de motor. De
125cc is 125cm3 (vaak een 1-cilinder motorfiets), de 250cc is 250 cm3
inhoud (2-cilinder). Deze motoren werken d.m.v. het 2-taktprincipe. De
motogp heeft 990 cm3 inhoud en werkt volgens het 4-taktprincipe. Deze
motoren hebben vaak 4 of 5 cilinders. Tot 2002 heette deze klasse de
500cc en werkte ook volgend het 2-takt principe en hadden 500 cm3
inhoud, vaak waren dit 4-cilinder motorfietsen.
Enkele bekende bekende namen uit het verleden en heden zijn Giacamo
Agostini, Phil Reed, Kevin Schwantz, Mick Doohan en Valentino Rossi.
|